|
De Canarische
Eilanden zijn vulkanische van oorsprong. Ze
zijn ontstaan door vulkaanuitbarstingen.

De Canarische
eilanden werden vroeger bewoond door de
Guanchen. Dit is de naam voor de
oorspronkelijke bewoners van het eiland. Nog
altijd hebben sommige steden op Gran Canaria
namen die uit de tijd van de Guanchen
stammen. In die tijd was Gáldar de
hoofdstad. Dit zijn wat namen van de
Guanchen die nu nog worden gebruikt: Julio,
Juan, Dolores, Jonay, Mencey en Janira.
Spanje
kreeg in 1344 de eilanden toegewezen door de
paus. Het lukte Spanje pas in 1483 om de
Guanchen tot overgave te dwingen. Op veel
plaatsen liggen nog grotten van de Guanchen.
De Spanjaarden bouwden in de 16e eeuw dorpen
en steden, legden plantages aan en bouwden
kapellen en kerken.
Tijdens
Amerikaanse reizen vormde Las Palmas voor
Columbus een belangrijk tussenstation. In
1820 wordt Las Palmas officieel de hoofdstad
van Gran Canaria. In 1884 wordt het eerste
hotel in Las Palmas geopend en komt het
toerisme op gang. In 1930 wordt de
luchthaven Gando gebouwd. Tegenwoordig komen
er meer dan 2 miljoen toeristen per jaar
naar het eiland.
Gran Canaria
dankt zijn naam aan de bijzondere grote
honden die de eerste ontdekkingsreizigers op
het eiland aan troffen (Latijn: canes =
hond). De naam heeft dus niets met een
kanariepiet te maken.
|